Wrakduik nieuws

Legendarische Britse duikboot teruggevonden

26-05-2016

Al tientallen jaren werd er gespeculeerd over het lot van de HMS P311, een Britse onderzeeër die tijdens de Tweede Wereldoorlog spoorloos verdween in de Middellandse Zee. Nu een Italiaanse duiker beweert de boot teruggevonden te hebben, komt aan dat mysterie eindelijk een einde.

De 58-jarige duikexpert Massimo Bondone bevestigde vandaag na een tweede duik dat hij de verloren gewaande duikboot op een diepte van ongeveer 80 meter heeft teruggevonden. Het wrak ligt op ongeveer vijf zeemijl ten oosten van het eilandje Tavolara, voor de kust van Sardinië.

De P311 verliet Malta in december 1942 met 71 bemanningsleden aan boord. De onderzeeër zou deelnemen aan een geallieerde aanval op Italiaanse oorlogsschepen voor de kust van Sardinië, maar verdween in januari 1943, vermoedelijk nadat hij een mijn raakte. Lokale vissers meldden destijds dat ze 's nachts een luid rumoer hadden gehoord.

"100% zeker de P311"
Paolo Pegoraro van duikclub L'Orso, die Bondone logistiek bijstond bij zijn zoektocht naar het wrak, vertelde aan The Telegraph dat Bondone de onderzeeër kon identificeren als de P311 door de twee 'menselijke torpedo's' (een soort bestuurbare miniduikboot voor één of twee personen, red.) in Chariotstijl die vastgehecht zijn aan de buitenkant van het vaartuig. "Het is 100 procent zeker de P311, aangezien dit de enige duikboot was met die heel bijzondere eigenschappen," aldus Pegararo. "Hij daalde zondagochtend af met een GoPro op zijn helm, maar besliste om vandaag terug te keren met betere lampen om beelden van betere kwaliteit te maken."

Bondone dook tot op een diepte van 103 meter om de onderzeeër te verkennen. Het vaartuig is volgens hem intact. Er is een beetje schade aan de boeg, vermoedelijk van een mijn, maar verder is hij 'hermetisch afgesloten'. "Toen hij zonk, ging hij recht naar beneden, aangezien het vaartuig intact op de zeebodem ligt. Hij is erg goed bewaard, met veel schaaldieren en kleurrijk zeeleven," aldus Pegararo.

"Het ziet ernaar uit dat hij waarschijnlijk zonk met lucht binnenin verzegeld, waardoor de bemanning uiteindelijk omkwam van zuurstoftekort," vermoedt Bondone.

Geen berging gepland
De Britse marine liet ondertussen verstaan dat het wrak naar alle waarschijnlijkheid niet zal verplaatst worden. "Scheepswrakken worden enkel opgehaald als er zeer dwingende historische of operationele redenen voor zijn. Eens een militair vaartuig zinkt, wordt het een oorlogsgraf en wordt het achtergelaten waar het zich bevindt," verklaarde een woordvoerder.

Scheepswrak is legendarische Esmeralda

22-03-2016

De Esmeralda, het legendarische schip van de Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama (1469-1524) is terecht. Het scheepswrak was in 1998 al ontdekt voor de kust van het sultanaat Oman. De onderzoekers zijn nu pas zeker genoeg om het scheepswrak te identificeren als de Esmeralda, die in 1503 verging tijdens een storm. Onderwaterarcheoloog David Mearns, die de vondst in 1998 deed, spreekt in het vakblad The International Journal of Nautical Archaeology van een onwaarschijnlijke ontdekking.

Mearns en zijn bedrijf Blue Water Recoveries kunnen het nieuws nu echt staven met de vondst van twee van de 2.800 aangetroffen objecten in het wrak. Het gaat om een scheepsbel uit 1498, de oudste scheepbel ooit gevonden, en een 'indio', een erg uitzonderlijke zilveren munt , waar vandaag nog maar één ander exemplaar bestaat. Die leggen een rechtstreeks verband met Portugal. Het wrak is daardoor het oudste schip dat getuigt van Europese ontdekkingsreizen.

Portugese ontdekkingsreizigers domineerden toen het Indische subcontinent en controleerden de specerijenhandel. In 1502 stuurde Portugal voor de tweede keer een vloot naar de Indische Oceaan om er de Portugese controle over de specerijenhandel te verwerven. Het kwam daarbij tot hevige gevechten, niet enkel met Indische vorsten, maar ook met moslimhandelaren die tot dan toe een monopolie over de specerijenroute hadden en de Portugezen liever niet zagen komen.

Nadat Da Gama opnieuw vertrokken was, liet hij een aantal schepen achter om de Portugese belangen te vrijwaren. Die hielden zich echter liever bezig met piraterij en plundertochten op het Arabische Schiereiland.

Tijdens een van die missies gingen twee schepen, de Esmeralda en de São Pedro, verloren, beide onder commando van een oom van Da Gama. De Esmeralda zonk in mei 1503 tijdens een heftige storm bij het eiland al-Hallaniyah. Iedereen aan boord kwam om.

"Het historische en archeologische belang hiervan kan enorm zijn", melden Blue Water Recoveries en het ministerie voor Erfenissen en Cultuur van Oman in een persbericht.
Bron : HLN

Nederlands schip uit 1708 bij Finland ontdekt

15-03-2016

Alle kanonnen staan na 300 jaar gewoon nog op het dek. Op de bodem van de Finse Golf, op 62 meter diepte, is een uitzonderlijk goed bewaard Nederlands oorlogsschip uit 1708 teruggevonden. Door het koude en diepe water is de houten constructie van het schip vrijwel intact, meldt de gemeente Medemblik. Het schip is gebouwd in Medemblik en behoorde vermoedelijk tot de Admiraliteit van West-Friesland.

35 meter
Nooit eerder is een Nederlands oorlogsschip uit die tijd in zo’n goede staat teruggevonden, aldus de gemeente. De Finse Maritieme Dienst vond het schip al zo’n tien jaar geleden, maar het werd toen niet geïdentificeerd.
Wel was duidelijk dat het een oorlogsschip betrof van 35 meter lang en met drie masten, waarvan er nog een overeind staat. Het schip is vermoedelijk op een rots onder water lek geslagen en rechtstandig gezonken.

Locatie stond op oude zeekaart
In 2015 vond historicus Peter Swart uit Medemblik een oude zeekaart waarop de locatie van een scheepsramp uit 1715 stond aangegeven. Volgens deskundigen is het voor 95 procent zeker dat het gaat om het fregat Huis te Warmelo. Dit schip verging dat jaar met alle 130 opvarenden.

"Dit is een unieke vondst. Het geeft de eeuwenlange maritieme identiteit van onze stad aan'', aldus Frank Streng, burgemeester van Medemblik.

Meer onderzoek
Het is de bedoeling dat deze zomer een duikteam van het Finse onderzoeksbureau SubZone opnieuw afdaalt naar het oorlogsschip. Het vervolgonderzoek richt zich op de definitieve identificatie van het schip.

Het meest wordt verwacht van de bestudering van de spiegel, de achterzijde van het schip. De spiegel is traditioneel voorzien van ornamenten en de naam van het schip. Verder worden houtmonsters genomen om te zien hoe oud het schip precies is en wordt een 3D-model gemaakt van het wrak.

Duikers vinden Duitse onderzeeër

15-09-2015

De 9-daagse duikexpeditie van Stichting Duik de Noordzee schoon heeft spectaculaire resultaten opgeleverd. Het duikteam vond nieuwe en zeldzame soorten op de kunstriffen van de Doggersbank, Klaverbank en Bruine Bank. Net over de grens met Engeland is een Duitse onderzeeër gevonden uit de Tweede Wereldoorlog. Tevens hebben de duikers 2000 kg netten, lood en ander afval geborgen.

Het expeditieteam dook op scheepswrakken en afgezonken olieplatforms. Er zijn 15 duiken gemaakt op 12 verschillende locaties met 28 duikers. De duikers vonden een paar zeer aansprekende nieuwe soorten. De eerste kreeg de naam Kristalwitte eiereter (Favorinus blianus). Deze zeenaaktslak rooft de eieren van andere naaktslakken. De tweede nieuwe soort is een brokkelster, een zeester met dunne lange armen met grote stekels. Deze is gedoopt tot het Zwarte sterretje (Ophiocomina nigra). De derde heeft de naam Witpunt zee-egel gekregen (Strongylocentrotus droebachiensis).

Eerder vond het duikteam ook al nieuwe soorten op de Noordzee, 80% hiervan is nu opnieuw waargenomen. Bijvoorbeeld de Stiefelslak (Simnia patula) en de IJszeester werden ontdek op de Doggersbank en blijken nu nog steeds algemeen aanwezig te zijn in dit Natura2000 gebied. En het Juweelanemoontje dat in 2012 op het wrak van de Anna Graebe is gevonden, verspreidt zich ook verder over de Noordzee.

Het duikteam dook op bekende en onbekende wrakken om naast de biodiversiteit ook de historische waarde van de wrakken te onderzoeken. Zo vonden ze een complete Duitse U-boot die rechtop ligt net over de grens in Engels water. Dit is bijzonder omdat de torens van U-boten er meestal af zijn gesloopt. De inhoud van de onderzeeër is niet onderzocht en blijft een mysterie. Het ontsnappingsluik is geborgen om de onderzeeër te kunnen identificeren en wordt aan een Duits museum gedoneerd.

Net als op eerdere expedities zijn door vissers verloren visnetten, –lijnen en lood verwijderd. Het afval vormt een grote bedreiging voor het onderwaterleven. Krabben, kreeften en vissen raken in de netten en lijnen verstrikt en sterven een langzame dood. Verder is bekend dat afval in zee afbreekt tot microplastics wat door allerlei organismen wordt ingenomen en zo in de voedselketen terecht kan komen.

Gevonden onderzeeër is Russische Catfish uit 1916

29-07-2015

De gezonken onderzeeër die vorige week voor de kust van Zweden werd ontdekt, komt uit de Eerste Wereldoorlog. Volgens experts gaat het om de Russische onderzeeër Catfish die in 1916 zonk.

De Catfish zonk in 1916 na een aanvaring met een Zweeds schip. De gezonken duikboot is zo'n 20 meter lang en drie meter breed. De buitenkant is onbeschadigd en de luiken zijn nog dicht. Het is mogelijk dat de overblijfselen van de bemanning nog in het wrak liggen. Er waren twee officieren en 16 bemanningsleden aan boord.

De ontdekking van het wrak kwam een jaar nadat Zweden een onderzeeboot voor de kust signaleerde. Die kwam vermoedelijk uit Rusland, maar daar is nooit hard bewijs voor gevonden. Het wrak werd ontdekt door duikers van het Ocean X Team uit IJsland.

Noren vinden wrak Duits oorlogsschip uit WOII

24-06-2015

Noorse amateurduikers hebben voor de kust van Noorwegen het wrak van het Duitse oorlogsschip Rio de Janeiro gevonden. Het stoomschip werd op 8 april 1940 door een Poolse onderzeeër tot zinken gebracht. Het schip, dat wapens en soldaten aan boord had, maakte deel uit van de 'operatie Weserübung', de Duitse aanval op Denemarken en Noorwegen.

Duikers waren al jarenlang op zoek naar het wrak. Toen ze een scheepslantaarn vonden met daarop het nummer van de Rio de Janeiro, wisten ze dat ze het schip gevonden hadden.

Er waren destijds 200 opvarenden van wie er 183 overleefden. Zij werden opgevangen en verzorgd door de inwoners van Liilesand en Høvåg. De Noren wisten niet dat ze een dag later zouden worden aangevallen door Nazi-Duitsland.

De Noorse overheid heeft besloten het wrak niet te bergen, maar laat het liggen waar het ligt 'als begraafplaats voor de slachtoffers'. Beelden van het wrak zijn te zien bij de Noorse omroep NRK.
RTL Nieuws / ANP

Schat van Schotse kaper gevonden

08-05-2015

Een Amerikaans onderzoeksteam heeft voor de kust van Île Sainte-Marie in Madagaskar een zilveren staaf van 50 kilogram uit een scheepswrak gehaald. Het zou gaan om een deel van de buit van de beruchte Schotse kaperkapitein William Kidd uit de 17de eeuw. De vondst wordt nu door soldaten bewaakt op het eiland.

Volgens het team, dat onder leiding staat van archeoloog Barry Clifford, gaat het om een Brits schip: dat kan erop wijzen dat het om Kidds schip 'Adventure Galley' gaat. Daarnaast beweren ze dat de zilveren staaf uit het 17de eeuwse Bolivia komt.

"We hebben dertien schepen gevonden in de piratenbaai (Île Sainte-Marie) en we hebben zes weken gewerkt aan twee van hen: de 'Fire Dragon' en de 'Adventure Galley' van kapitein Kidd", zegt Barry Clifford.

"Onomstotelijk bewijs"
Ook de onafhankelijke archeoloog John de Bry, die het onderzoeksteam is komen bijstaan, is in de wolken door de ontdekking. "Voor mij is dit onomstotelijk bewijs dat het om de schat en de Adventure Galley van kapitein Kidd gaat", zegt hij. Toch gaan er enkele kritische stemmen op. Ze willen dat er testen gebeuren op het hout van het schip en op de zilveren staaf om te bepalen uit welke periode ze stammen.

Geëxecuteerd
William Kidd is waarschijnlijk geboren in Greenock in Schotland rond 1645 en werd door de Engelse koning aangesteld om piraterij te bestrijden en Franse schepen te veroveren. In 1698 plunderde hij het schip Quedagh Merchant, dat onder Franse vlag voer. Later bleek echter dat de kapitein van het schip een Engelsman was. Kapitein Kidd werd daarom in 1701 geëxecuteerd in Londen voor piraterij.

Niet eerste keer
Het is niet de eerste keer dat archeoloog Barry Clifford een verdwenen gewaand piratenschip ontdekt. In 1984 vond hij het wrak van de Whydah, het vlaggenschip van de beruchte piraat Samuel Bellamy dat in 1717 kapseisde voor de Amerikaanse kust. Bellamy wordt beschouwd als een van de rijkste piraten uit de geschiedenis.
Bron : HLN

Miljoenenschat van recorddiepte opgedoken

16-04-2015

Een Brits duikteam heeft voor bijna vijftig miljoen euro aan zilveren munten opgedoken. De 'schat' is afkomstig van een Brits schip dat in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers tot zinken werd gebracht.

Deep Ocean Projects (DOS) haalde enkele tonnen aan munten naar boven. Volgens de BBC is dat met de huidige zilverprijs ongeveer 47 miljoen euro waard. De opbrengst is grotendeels naar de Britse staat gegaan, de oorspronkelijk eigenaar van de munten. DOS heeft wel een percentage gekregen.

Het stoomschip City of Cairo was in 1942 met ongeveer 300 mensen aan boord op weg van Bombay naar Engeland, zonder begeleiding van oorlogsschepen. De zilveren Indiase rupees aan boord waren bedoeld om de oorlog tegen de Duitsers te financieren. Daar is het nooit van gekomen. Door twee torpedo's van een Duitse duikboot, de U-68, werd het schip naar de bodem van de oceaan gezonden.

Wereldrecord
DOS ontdekte het schip in 2011, ruim 700 kilometer ten zuiden van het eiland St. Helena in de Atlantische Oceaan. Met de duikactie naar de SS City of Cairo is een wereldrecord neergezet, schrijft het bedrijf. Nooit eerder werd van zo'n diepte, 5 kilometer en 150 meter, een schat naar boven gehaald. Ter vergelijking: de Titanic ligt op bijna 4 kilometer diepte.

De munten werden in september al opgedoken, maar DOS moest dat nog even stilhouden van de Britse regering. De munten zijn door de Britten omgesmolten en verkocht.

Overlevenden
Voor 104 mensen aan boord is het verhaal slecht afgelopen. Zes mensen lieten direct het leven na de torpedo-aanval. De rest van de 300 opvarenden wist zich in eerste instantie te redden op een van de zes reddingsboten. Op weg naar het vaste land stierven nog eens 98 mensen.

De schat werd 700 kilometer ten zuiden van het eiland St. Helena gevonden:
RTL Nieuws

Microsoft-oprichter vindt grootste slagschip WW2

05-03-2015

Paul Allen, medeoprichter van Microsoft, zegt dat hij en een team van onderzoekers het wrak van het Japanse oorlogsschip Musashi gevonden hebben. Dat meldt hij op zijn website.

Het schip zou zijn gevonden in de zee bij de Filipijnen. Via Twitter verstuurde de mede-oprichter van Microsoft een foto van het vergane schip, dat zich op een kilometer diepte bevindt in de Sibuyanzee.
Musashi werd op 24 oktober 1944 tot zinken gebracht door de Amerikanen. "De ontdekking van dit schip markeert een belangrijk mijlpaal in de marine-geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog", zo staat op de website van Allen.

De imposante 263 meter lange Musashi woog 72.800 ton als hij volledig geladen was en had een bemanning van 2399 opvarenden. Samen met het zusterschip Yamato was het het grootste en zwaarste slagschip van de Tweede Wereldoorlog. De schepen bleken echter niet opgewassen tegen de overweldigende slagkracht van de vliegdekschepen van de Amerikaanse marine.

Paul Allen is eigenaar van het schip Octopus. Dit onderzoeksschip van 126 meter lang wordt vaak ingezet voor epedities, reddingsoperaties en zoektochten. Het schip van Duitse makelij staat op nummer 1 van de top 20 expeditie jachten van Boat International.
Door: NU.nl

Archeologen zoeken Nederlands VOC wrak

02-02-2015

Een team van Australische archeologen gaat vanaf 19 januari onderzoek doen naar een aantal Nederlandse 18e-eeuwse scheepswrakken in de Indische Oceaan bij Christmaseiland en de Cocoseilanden. Dit project, dat zich vooral richt op het lokaliseren van het VOC-schip de Fortuyn, wordt ondersteund door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Nederlandse ambassade in Canberra, en de Silentworld Foundation. Afbeelding van een vergelijkbaar schip als de Fortuyn. Foto: Rijksmuseum

Nederlandse en Australische archeologen doen al langere tijd onderzoek om te achterhalen waar het wrak van de Fortuyn zich bevindt. Voor dit project werken de twee landen nauw samen. Martijn Manders, hoofd van het Maritiem Programma van de Rijksdienst: "Ik ben erg enthousiast dat de onderzoekers nu naar de plaats gaan die volgens ons historisch onderzoek de beste kans biedt op het vinden van de Fortuyn. Pablo Boorsma, master student maritieme archeologie aan de Universiteit Leiden, heeft geweldig werk gedaan bij het bepalen van het gebied waarbinnen gezocht zou moeten worden. Nu is het aan onze Australische collega's om het veldwerk te doen. Na het veldwerk zullen we evalueren en onze plannen voor de toekomst bespreken, in de hoop dat we het wrak voor of tijdens het Dirk Hartog herdenkingsjaar in 2016 kunnen vinden.'

2016 herdenkingsjaar Dirk Hartog
Het Fortuyn-project is een van de activiteiten in het kader van de herdenking dat Dirk Hartog bijna 400 jaar geleden als eerste Europeaan in West-Australië aankwam. In 2016 wordt dit uitgebreid gevierd met activiteiten die in het teken staan van Nederlands-Australisch cultureel erfgoed. Australië is dan ook één van de partners in het programma Gedeeld Cultureel Erfgoed van de Rijksdienst.

VOC-schip de Fortuyn
De Fortuyn werd gebouwd in opdracht van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie. Onder het bevel van schipper Pieter Westrik, met 225 man aan boord, en bewapend met 36 kanonnen en 8 draaibare kanonnen, verliet het Texel voor haar eerste reis op 27 september 1723. De Fortuyn voer in gezelschap van de Oost-Indiëvaarders de Hogenes en de Graveland naar Batavia (nu Jakarta) via Kaap de Goede Hoop, maar verging onderweg. Het Australische onderzoeksteam zal gericht onderzoek doen langs de kustlijn van de eilanden.

Erfgoed overzee
Nederland is nauw betrokken bij ons erfgoed overzee. De Rijksdienst ondersteunt projecten die zich richten op internationaal beheer van Nederlands maritiem erfgoed. Het Maritiem Programma bekijkt hoe de Rijksdienst, in samenwerking met andere landen, zoveel mogelijk nieuwe kennis kan verzamelen over ons overzeese erfgoed. Het uiteindelijke doel is een zorgvuldig beheer van Nederlandse VOC-, WIC-, en Admiraliteitenwrakken wereldwijd. Dit kan alleen in samenwerking met de erfgoedinstanties in de landen die de wrakken in hun wateren hebben liggen.
Bron : .RCE

Nederlands scheepswrak bij Trinidad gevonden

23-10-2014

Onderzoekers hebben in de wateren van Trinidad en Tobago in de Caribische Zee een 17e-eeuws Nederlands oorlogsschip gevonden. Het 'Huis de Kreuningen', dat in 1677 tegen de grond liep, is volgens de leider van het onderzoek, Kroum Batchvarov, nog in prima conditie. Het schip werd aangetroffen bij een onderzoek naar 16 schepen die in de haven van Scarborough zijn vergaan tijdens de strijd tussen Fransen en Nederlanders, die in die tijd de macht hadden op Tobago.

''We vonden het Huis de Kreuningen bij toeval, omdat het buiten de grenzen lag van waar we aan het zoeken waren. Onaangeroerd voor meer dan 300 jaar", zegt professor en maritiem archeoloog Batchvarov tegen Uconn Today, verbonden aan de universiteit van Connecticut (VS).

De onderzoeksleider meldt dat er rondom het wrak ook negen kanonnen, allerlei aardewerken potten en bakstenen zijn gevonden die precies lijken op de bakstenen die in 1647 in Leiden werden gemaakt.

Verrast
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is verrast door de vondst. ''Ik verwacht dat de onderzoekers contact opnemen met onze overheid, zeker als men daadwerkelijk gaat graven.
Dan komen ze uiteindelijk bij ons uit", zegt Martijn Manders, die als hoofd maritiem programma van de dienst wereldwijd ongeveer 400 schepen beheert. Hij benadrukt dat het schip nog altijd Nederlands eigendom is.
Bron: NU.nl

Duitse onderzeeër WOII gevonden voor kust VS

23-10-2014

Voor de kust van het Amerikaanse Noord-Carolina zijn op de bodem van de Atlantische Oceaan een gezonken onderzeeër en een Amerikaans koopvaardijschip uit de Tweede Wereldoorlog gevonden. Dat hebben de Amerikaanse autoriteiten gemeld. De schepen vergingen tijdens de Slag om de Atlantische Oceaan in 1942 en zonken naar de vergetelheid in wat ook wel eens het kerkhof van de Atlantische Oceaan wordt genoemd.

Onderzoek van de Amerikaanse Nationale Oceanische en Atmosferische Dienst (NOAA) leidde in augustus naar de ontdekking van de schepen op ongeveer 48 kilometer van de kust. Beide vaartuigen liggen op 220 meter van elkaar. De vondst van de Duitse U-576-onderzeeër en het handelsschip Bluefields opent 'een zeldzaam venster op de historische slag en op de wereld van het onderzeese slagveld tijdens de Tweede Wereldoorlog', aldus de NOAA.

De schepen kwamen op 15 juli 1942 in aanvaring met elkaar nadat een konvooi handelsschepen met bestemming Florida door de Duitse onderzeeër werd aangevallen. 'De U-576 bracht het vrachtschip Bluefields, dat onder de vlag van Nicaragua voer, tot zinken en beschadigde ook twee andere schepen', verklaarde NOAA. Daarop werd de Duitse duikboot door een vliegtuig van het Amerikaanse leger, dat het konvooi moest beschermen, gebombardeerd, terwijl de onderzeeër tegelijk ook werd aangevallen door een ander handelsschip. Bij de strijd kwamen 45 Duitsers om.

De plaats waar het wrak van de vergane onderzeeër ligt, wordt door Duitsland beschouwd als een militaire begraafplaats en is beschermd door het internationale recht.
Bron: Belga, CNN

Australië in rep en roer schip James Cook gevonden

09-10-2014

Bijna 250 jaar geleden zette de Britse ontdekkingsreiziger James Cook als eerste westerling voet aan wal in Australië. Zijn driemaster de Endeavour speelde een bepalende rol in de geschiedenis van het land. Een Amerikaanse onderzoekster claimt nu te weten waar het wrak van het onderzoeksschip ligt. Australië is in rep en roer.

De Amerikaanse maritiem archeoloog Kathy Abbas stelt dat het wrak op de bodem van de haven van Newport ligt. Ze werkt er al jaren aan een grootschalig project. Deze week tekent ze in de Australische ambassade in Washington een overeenkomst met het Australische Maritiem Museum uit Sydney om gezamenlijk de positie van het schip nader te bepalen en het daarna te bergen, hopelijk net op tijd om de 250ste verjaardag van Cooks reis te vieren.

Lord Sandwich
"Ze willen onderdeel van het team zijn dat het wrak vindt", zegt Abbass tegen persbureau AP. "En we zijn dichtbij." Ze legt uit hoe ze meer leerde over de positie van Endeavour na een archiefonderzoek eind jaren 90 en hoe het op het moment van zinken de Lord Sandwich heette in plaats van de Endeavour.
Abbas heeft goede hoop snel te weten te komen of er nog wrakstukken liggen of dat het schip in de loop der jaren volledig is verwoest en vernietigd door overvarende schepen en zware ankers. Negen andere schepen zijn al gevonden.

Vondst van grote betekenis
"Als de laatste rustplaats van de Endeavour wordt gevonden zou dat een vondst zijn die van grote nationale, en eigenlijk internationale, betekenis is", zegt Kevin Sumption, directeur van het museum in Sydney. Zijn museum heeft sinds 1993-1994 al een replica van het schip.
Volgens de Australische historicus Alexander Cook (geen familie, red.), verbonden aan de universiteit in Canberra, zou het vinden van het wrak de interesse van de mensen in het "ongelooflijke verhaal" van de Endeavour en zijn kapitein vergroten.

'Nationale mythologie'
"Het verhaal is onderdeel van onze nationale mythologie", zegt hij. Die mening deelt ook historicus Iain McCalman van de universiteit van Sydney. De ontdekking van Australië door een westerling betekende namelijk een markeerpunt in de geschiedenis van het land. Groot-Brittannië zette er voet aan land, stichtte een kolonie en bracht ontwikkeling. Voor de toenmalige bewoners van het land betekende de ontdekking de komst van indringers.

"Hoe de mensen de ontdekking van Cook ook waarderen, hij wist dat schip, dat nauwelijks bestuurbaar was, door een mijnenveld van koraal en riffen te varen, zonder dat hij een kaart had. Dat was buitengewoon", aldus McCalman.

Terra Australis
De Endeavour en James Cook, het zijn begrippen in de Australische geschiedenislessen. Jonge leerlingen krijgen de verhalen die er zijn over de historische reis van het schip, tussen 1768 en 1771, haast ingestampt. De Brit werd door zijn thuisland op ontdekkingsreis gestuurd, enerzijds om vanaf Tahiti de baan van de planeet Venus in kaart te brengen, anderzijds om daarna (in het geheim) door te varen om 'Terra Australis' te ontdekken. Men vermoedde waar het continent ongeveer lag.

Na een stop op Nieuw-Zeeland zette Cook in 1770 voet aan wal in het oosten van Australië om er daarna de kust in kaart te brengen. Volgens de overlevering was de Endeavour een lelijk schip en bepaald niet het meest zeewaardige dat bestond. Cook maakte schade toen hij met het houten vaartuig gesteente raakte in het Great Barrier Reef, maar ontliep ternauwernood een ramp. Het schip werd gerepareerd en werd in de jaren daarna nog gebruikt door particulieren en de Britse marine.

Uiteindelijk werd het vaartuig tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog in 1778, samen met dertien andere schepen, tot zinken gebracht als blokkade van Narragansett Bay, Rhode Island, aan de oostkust van Amerika. Maar waar het wrak precies lag was onbekend. Tot nu.
Bron : HLN

Scheepswrak Haïti niet vlaggenschip van Columbus

07-10-2014

Een scheepswrak voor de kust van Haïti is, in tegenstelling tot de vermoedens van een onderwaterarcheoloog, niet de beroemde Santa Maria van ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus.

Dat concludeert de UNESCO na onderzoek, meldt AFP. Kunstvoorwerpen die gevonden werden bij het wrak zouden aantonen dat het gaat om een schip dat in de meer recente geschiedenis is vergaan. In mei van dit jaar stelde onderwaterarcheoloog en schatzoeker Barry Clifford dat de locatie van het wrak overeenkomt met hetgeen we weten over het vlaggenschip van Columbus. Het vlaggenschip van ontdekkingsreiziger Columbus verging in 1492. Columbus wist zijn bemanning destijds in veiligheid te brengen op een nabijgelegen eiland.

Rif
Overeenkomstig met het verhaal van Columbus ligt het wrak vast op een rif voor de noordkust van Haïti. In 2003 vonden archeologen de mogelijke locatie van het fort van Columbus, dat hij oprichtte na de scheepsramp op een eiland in de buurt. Columbus liet een deel van zijn bemanning achter en ging met twee andere schepen terug naar Spanje om verslag uit te brengen. Clifford claimde ook dat een kanon dat hij tijdens zijn duik vond, afkomstig uit de 15e eeuw moest zijn. Het wapen zou door plunderaars zijn meegenomen, meldde Clifford na een tweede duik naar het schip.

1492
Columbus vertrok in augustus 1492 uit Spanje, op zoek naar een snelle westelijke route naar Azië. Na ongeveer een maand varen zag hij land. Later bleek dat het Amerikaanse continent te zijn. Hij voer achtereenvolgens langs de Bahama's, Cuba en Haïti. Op kerstavond 1492 vierde de bemanning feest. Columbus schreef dat de mensen een voor een dronken in slaap vielen. Een onervaren scheepsjongen zou aan het roer hebben gestaan. Daardoor liep de Santa María aan de grond.


Het schip bleek niet meer te redden en werd voor een deel uit elkaar gehaald. Zo liet Columbus van scheepshout een fort op het land bouwen. Met zijn twee andere schepen, de Niña en de Pinta, voer Columbus begin 1493 terug naar Europa. Waar die twee schepen zijn gebleven, is niet bekend. Door: NU.nl/ANP


Duikers ontdekken 2.700 jaar oud scheepswrak

26-08-2014

Duikers hebben kort bij kust van Malta het wrak ontdekt van een Fenicische boot die gebouwd werd in circa 700 voor Christus. Het gaat wellicht om het oudste scheepswrak dat in de Middellandse Zee ligt, zo heeft de minister van Cultuur van Malta vandaag meegedeeld.

Volgens minister Owen Bonnici werd het wrak op een diepte van 120 meter aangetroffen, op ongeveer 1,6 kilometer van de Maltese kust. De duikers troffen daarnaast ook ongeveer 50 amfora's aan en 20 maalstenen, die elk zowat 35 kilogram wogen. Vermoed wordt dat die voorwerpen tot de lading van het 15 meter lange schip behoorden. Er werden stalen genomen en naar de oppervlakte gebracht voor onderzoek.

De Feniciërs leefden in een gebied dat in het hedendaagse Libanon ligt. Ze waren vooral gekend als handelaars en daarvoor reisden ze dan ook het grootste deel van de Middellandse Zee af.
Bron : HLN

Duikers onderzoeken scheepswrak in Zwartewater

09-08-2014

Duikers gaan in de laatste week van augustus onderzoek doen bij het scheepswrak in het Zwartewater bij Hasselt. Het wrak is zo'n 500 jaar oud. Het werd bij toeval ontdekt toen Rijkswaterstaat op zoek ging naar een gezonken jachtje.

Met hulp van sonarbeelden en andere scantechnieken is eerder al komen vast te staan waar het schip precies ligt, en hoe groot het is. Aan de hand van een brokstuk is bepaald dat het schip rond 1500 gebouwd moet zijn, maar meer is er tot nu toe niet bekend. Van wie was het, waar werd het voor gebruikt, waarom is het gezonken? De antwoorden op al die vragen hopen gespecialiseerde onderwater-archeologen van onderzoeksbureau Periplus Archeomare binnenkort te vinden.

Bij toeval ontdekt
Het wrak werd vorig jaar eigenlijk per ongeluk ontdekt door Rijkswaterstaat, toen er met sonar werd gezocht naar een gezonken plezierjachtje. De contouren die zichtbaar werden op de scans bleken van een veel ouder schip. Er zijn toen voorzichtig wat brokstukken naar boven gehaald en onderzocht, waardoor 100% zeker is dat het gaat om een voor die tijd groot schip, gebouwd rond 1500.

Vindplaats geheim
Rijkswaterstaat en de archeologen houden de exacte vindplaats van het wrak geheim. Het schip ligt in relatief ondiep water, en is dus een aantrekkelijk doel voor amateur-duikers en schatzoekers. De onderzoekers willen niet dat de vindplaats wordt verstoord voordat er uitgebreid onderzoek is gedaan.

'In situ' bewaren
Het schip wordt niet geborgen. De archeologen laten na het onderzoek het schip rustig in de veenachtige rivierbodem liggen. Zolang de bodem niet verder wordt verstoord is de vindplaats over het algemeen de veiligste plek om historische vondsten te bewaren. Door deze 'in situ' manier van conserveren blijft zoveel mogelijk van het schip bewaard voor de toekomst.
Bron : RTVOost Foto: Periplus archeomare

Duikers verkennen onderzeeboot Nazi bij Mexico

22-07-2014

Op de bodem van de Golf van Mexico ligt een Nazi-spookschip. Bewijs hoe dicht de Tweede Wereldoorlog bij de kust van Texas kwam. Een verhaal dat de meeste Amerikanen niet kennen.

“En om een goede reden”, aldus wrakduiker Richie Kohler. “De overheid van de US wilde niet dat we het wisten. Ze wilden voorkomen dat we wisten hoe succesvol de Duitse U-boten waren.”

Nazi propaganda films lieten graag horen hoeveel U-boten van Hitler duizenden geallieerde schepen lieten zinken, voornamelijk in de Noord- Atlantinsche oceaan. Maar er zijn ongedocumenteerde films die rondgaan op het internet. Naar de Golf van Mexico werden toentertijd 22 U-boten gezonden, inclusief de Texaanse kust.

De afgelopen weken heeft Robert Ballard, de duiker die Titanic ontdekte, gezocht naar U-boten die voor de Texaanse kustlijn liggen. Historici zeggen dat deze onderzeeboten minstens 50 Amerikaanse schepen hebben laten zinken in de Golf. De US wist er zelf slechts eentje ten onder te brengen.

Global Underwater Explorers Project Rossarol 2014

17-07-2014

GUE Tech 1 en Tech 2 duikers zullen van 19 tot en met 26 juli in Krnica, Kroatië verblijven om deel te nemen aan GUE Project Rossarol 2014. In deze week gaan ze proberen de geheimen van het wrak van de Cesare Rossarol te ontrafelen.

De Cesare Rossarol was een lichte kruiser van de Italiaanse Marine. Het van oorsprong 85 meter lange stoomschip werd in 1914 te water gelaten vanaf de werf van Gio Ansaldo & Co te Genua in Italië. In november 1915 werd het snelle stoomschip in gebruik genomen. Met drie stoomketels en twee turbines was deze goed voor 24.000 paardenkrachten. Met de twee aandrijfassen kon de Rossarol een snelheid behalen van 32 knopen (zo‘n 60 km per uur).

Het schip was uitgerust met 8 stuks boordgeschut van verschillend kaliber, had de mogelijkheid torpedo’s te lanceren en beschikte over een installatie om mijnen te leggen. Met de voltallige 109-koppige bemanning en maximaal beladen met munitie, vertrok de Rossarol op 16 november 1918 enkele dagen na de wapenstilstand vanuit Pula, naar Cape Kamenjak. Vanaf daar zou de Rossarol doorstomen naar Fiume Harbour, dwars door de vele mijnenvelden welke in oorlogstijd ter verdediging waren aangelegd. Alle voorzichtigheid mocht niet baten, net na de middag liep het schip op een mijn, brak in tweeën en vrijwel alle bemanningsleden kwamen om. De achtersteven en het boegdeel kwamen uiteindelijk 300 meter uit elkaar op de bodem van de Adriatische Zee te liggen.

We gaan de resultaten publiceren en deze worden toegevoegd aan het Project Baseline initiatief dat loopt voor het Noordelijke deel van de Adriatische Zee. Meer weten? Volg ons dan op www.facebook.com/rossarol

Eeuwenoude fles mineraalwater gevonden in Oostzee

03-07-2014

Poolse archeologen spreken van een sensatie: op de grond van de Oostzee is een tweehonderd jaar oude fles mineraalwater gevonden.
Eeuwenoude fles mineraalwater gevonden in Oostzee. Die lag in het wrak van een schip dat in de 19e eeuw is vergaan.

De fles van keramiek is goed behouden. De merknaam van het mineraalwaterbedrijf in de huidige deelstaat Hessen is nog goed te lezen. Het mineraalwater is volgens experts afkomstig uit de tijd tussen 1806 en 1830.

De fles is nog niet geopend. De archeologen weten nog niet of dat de stabiliteit van de fles zou kunnen aantasten. Het gaat om water met bubbels van een van de oudste mineraalwatermerken van Europa: Selterswasser, genoemd naar de gemeente Selters in het district Limburg-Weilburg.

In Duitsland is het merk Selterswasser bijna een soortnaam voor mineraalwater geworden, net zoals Spa in Nederland.
Bron : NU

Documentaire vermiste onderzeeboot bij Omroep Max

06-06-2014

Omroep Max zendt zondag 08-06 's avonds om 19:15 uur op Nederland 2 de documentaire ‘O 13 Still On Patrol’ uit. Het is het verhaal van de laatste onderzeeboot van de Koninklijke Marine die in de Tweede Wereldoorlog spoorloos is verdwenen en nog altijd niet is teruggevonden.

De Koninklijke Marine verloor tijdens Tweede Wereldoorlog 7 onderzeeboten. 6 zijn er inmiddels teruggevonden. Hr. Ms. O 13 ligt sinds juni 1940 ergens op de bodem van de Noordzee. Wat er precies met de O 13 en haar bemanning gebeurde, is niet bekend.

De afgelopen 2 jaar volgden 3 filmmakers de verrichtingen van de Koninklijke Marine bij de pogingen de onderzeeboot te lokaliseren. Ze interviewden diverse nabestaanden én probeerden met behulp van historici en auteurs te ontrafelen wat er gebeurde.

De aanleiding voor de documentairemakers om aan het project te beginnen, was de vondst van onderzeeboot K XVI in oktober 2011. Uiteindelijk verzamelden zij zoveel materiaal dat er een boek kon verschijnen en 2 films van 50 minuten. Voor Omroep Max is dat teruggebracht tot een uitzending van 50 minuten.
Bron Defensie

Defensieduikers onderzoeken bommen Westerschelde

05-06-2014

Een Defensieteam onderzoekt sinds vanochtend een vermoedelijke Britse bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog en 3 bommen in de Westerschelde.

Sportduikers troffen de explosieven kort geleden aan bij het vliegtuigwrak op zo’n 10 meter diepte. De gemeente Vlissingen riep vervolgens de hulp van Defensie in. Het duikvaartuig Nautilus van de marine vertrok vanochtend vanuit de haven van Vlissingen richting het Oostgat, een vaargeul in de mond van de Westerschelde.

Aan boord bevindt zich naast de 7-koppige bemanning, onder wie 5 marineduikers, Stafofficier Vliegtuigberging majoor Arie Kappert. Hij doet onderzoek en leidt een eventuele bergingsoperatie. Daarnaast varen er 2 duikers van de EOD mee om de bommen te identificeren.
Lancaster-bommenwerper
Adjudant Ewald Venema, schipper Nautilus: “Het gaat vermoedelijk om een Lancaster. Er is weinig van over en de bommen liggen er bij. We hebben in een paar duiken verschillende spulletjes omhoog gehaald ter identificatie: plaatjes en een stuk van de staart. De sportduikers die de projectielen vonden, spraken over 500-ponders, maar wij vermoeden dat ze groter zijn. Vanavond rond 7 uur duiken de 2 EOD’ers om ze te identificeren.”
Veiligheidszone
De stroming is sterk rond de vindplaats en dit is ook de reden dat de bommen nu ineens bloot zijn komen te liggen. Venema: “We hebben telkens een uur duiktij, dan is er weinig stroming. De bommen moeten hier sowieso weg. Het is een druk bevaren scheepvaartroute. De precieze planning gebeurt in overleg met de gemeente, maar er komt best wat bij kijken. Bij 500 gram springstof heb je al te maken met een veiligheidszone van 1100 meter voor tankers.”
Hulp bij identificatie
Majoor Kappert coördineert zowel het contact met de gemeente als met de Britse instantie die kan helpen bij de identificatie. “Als we weten welk vliegtuig het is, kunnen de Britten ons meer vertellen over de ontstekers en of er nog vermisten zijn. We weten nu nog niks over stoffelijke resten. Als de details zijn ingevuld, maken we samen met de EOD een plan van aanpak dat we vervolgens afstemmen met de gemeente.”
Bron : Defensie

Vondst vlaggenschip Columbus in twijfel getrokken

16-05-2014

De vermeende vondst van Columbus' vlaggenschip, de Santa Maria, heeft een discussie tussen wetenschappers op gang gebracht. De Amerikaanse oceaanarcheoloog Barry Clifford beweert de overblijfselen van het legendarische schip gevonden te hebben. Het schip werd in 2003 al gevonden, maar werd verkeerd gecategoriseerd, zei Clifford aan CNN. Experts trekken de bevindingen in twijfel.

Volgens Spaanse experts kan het schip, dat uit hout bestaat, geen 500 jaar onder water doorstaan hebben. Omdat er in de Caraïbische Zee honderden schepen gezonken zijn, is verwarring waarschijnlijk. Het vlaggenschip Santa Maria was in 1492 voor het huidige Haïti aan de grond gelopen en werd zodanig beschadigd, dat het niet langer zeewaardig was. De ontdekkingsreiziger gebruikte het schip meer dan 500 jaar geleden tijdens zijn eerste grote expeditie. De vindplaats is voor de noordelijke kust van Haïti gelokaliseerd.

Clifford maakte naam met zijn zoektocht naar piratenschepen. Zijn bevindingen omtrent deze vondst worden door andere bronnen echter eveneens in twijfel getrokken. Oceaanwetenschapper Miguel Aragón, chef bij de afdeling voor gezonken zeeschatten bij de Spaanse marine, laat in El Païs optekenen dat de kustlijn waar het schip volgens geologische studies lag, nu vasteland zou zijn. Experts wijzen er ook op dat Columbus in zijn dagboek schreef dat het hout van het vastgelopen schip gebruikt werd voor de bouw van een vesting.

Clifford keerde, samen met zijn team van experts, een paar weken geleden terug naar de vermeende overblijfselen van de Santa Maria.
Bron : HLN

Britse bommenwerper gedeeltelijk geborgen

14-05-2014

De cockpit en andere onderdelen van een Britse Wellington bommenwerper zijn al naar boven gehaald. Het team vliegtuigberging zoekt samen met medewerkers van de EOD en een aannemersbedrijf naar restanten van het toestel dat in 1943 neerstortte in het IJsselmeer. De berging duurt nog tot 16 mei.

Eind april is door het team vliegtuigberging (onderdeel van het Logistiek Centrum Woensdrecht) gestart met het bergen van de Wellington bommenwerper. Dit toestel van de Britse Luchtmacht werd in de nacht van 25 op 26 juni 1943 door een Duitse nachtjager neergehaald. Omdat het vliegtuigwrak nabij een vaargeul ligt en er vermoedelijk explosieven aanwezig zijn, besloot de gemeente Dronten om het vliegtuig te bergen.

Bergingswerkzaamheden
Bij een eerder onderzoek in het gebied van 100 x 100 meter, trof de Defensie Duikgroep mogelijke brokstukken aan. Vanaf een ponton speuren de vliegtuigbergers nu elke vierkante meter minutieus af met een gps-aangestuurde kraan (foto). Zo slaan ze geen stukje van de bodem over.
Deze onderdelen van de Britse bommenwerper zijn al naar boven gehaald
Op zoek naar overblijfselen vliegtuigbemanning
Naast vertegenwoordigers van onder anderen de EOD, de bergingsdienst en het aannemersbedrijf is ook een medewerker van de Bergings- en Identificatie Dienst Koninklijke Landmacht om te controleren op menselijke resten. De vijfkoppige bemanning van de Wellington bommenwerper, kwam bij de crash om het leven. Het lichaam van één van hen is op 5 juli 1943 bij Urk aangespoeld. Van de 4 overige zijn de stoffelijke resten nooit gevonden. Zij staan nog als vermist geregistreerd.
Bron : Defensie

Scheepswrak voor kust Haïti mogelijk Santa Maria

13-05-2014

Amerikaanse duikers claimen het vlaggenschip Santa Maria van Christoffel Columbus te hebben gevonden voor de kust van Haïti.
Scheepswrak voor kust van Haïti mogelijk van Columbus Foto: ANP

Dat meldt CNN vandaag.

Volgens onderwaterarcheoloog en schatzoeker Barry Clifford komt de locatie van het scheepswrak overeen met hetgeen we weten over de Santa Maria. Als de claim van duiker Clifford wordt bevestigd gaat de ontdekking de boeken in als één van de belangrijkste archeologische ontdekkingen onderwater in de geschiedenis.

Het vlaggenschip van ontdekkingsreiziger Columbus verging in 1492. Columbus wist zijn bemanning destijds in veiligheid te brengen op een nabijgelegen eiland.

Overeenkomstig met het verhaal van Columbus ligt het wrak vast op een rif voor de noordkust van Haïti. In 2003 vonden archeologen de mogelijke locatie van het fort van Columbus, dat hij oprichtte na de scheepsramp op een eiland in de buurt. Columbus liet een deel van zijn bemanning achter en ging met twee andere schepen terug naar Spanje om verslag uit te brengen.

Kanon
Ook zou een kanon dat Clifford tijdens zijn duik vond, een kanon uit de 15e eeuw zijn. Hier heeft hij enkel foto's van. Het kanon zou door plunderaars zijn meegenomen, meldde Clifford na een tweede duik naar het schip. Clifford en zijn team doken zo'n tien jaar geleden naar het wrak, maar realiseerden zich niet eerder dat het om de Santa Maria kan gaan. De duiker wil nu nog eens naar het schip duiken om meer bewijs boven water te halen.

Clifford heeft veel wrakken gevonden. Zo ontdekte hij begin jaren 80 een piratenschip bij de oostkust van de Verenigde Staten, begraven onder zes meter zand. Het ging om de Whydah, die in 1717 zonk met vier ton goud en zilver aan boord. De schatzoeker haalde die naar boven, net als munten, juwelen en kanonnen. De totale waarde werd destijds geschat op 100 miljoen dollar. Clifford mocht die schat zelf houden.

1492
Columbus vertrok in augustus 1492 uit Spanje, op zoek naar een snelle westelijke route naar Azië. Na ongeveer een maand varen zag hij land. Later bleek dat het Amerikaanse continent te zijn. Hij voer achtereenvolgens langs de Bahama's, Cuba en Haïti.

Op kerstavond 1492 vierde de bemanning feest. Columbus schreef dat de mensen een voor een dronken in slaap vielen. Een onervaren scheepsjongen zou aan het roer hebben gestaan. Daardoor liep de Santa María aan de grond.

Het schip bleek niet meer te redden en werd voor een deel uit elkaar gehaald. Zo liet Columbus van scheepshout een fort op het land bouwen. Met zijn twee andere schepen, de Niña en de Pinta, voer Columbus begin 1493 terug naar Europa. Waar die twee schepen zijn gebleven, is niet bekend.
Door: NU.nl/ANP

Marine ruimt gevaarlijke invloedsmijn op Noordzee

16-04-2014

Een mijnenjager van de Koninklijke Marine heeft 15 April op de Noordzee een zeemijn uit de Tweede Wereldoorlog tot ontploffing gebracht. De invloedsmijn was opgemerkt vanaf een visserskotter, zo'n 12 mijl ten noordwesten van de Belgische badplaats Nieuwpoort.

Zr. Ms. Urk lokaliseerde het explosief met haar sonar. Met een onderwaterrobot identificeerde de marine het als een 750 kilo zware Duitse invloedsmijn, die kan ontploffen bij bijvoorbeeld trillingen of geluid. Deze mijn bleek in opmerkelijk goede staat na 70 jaar op de zeebodem. Hij was nog volledig in tact.

Verplaatsing
De mijn lag gevaarlijk dicht bij een kabel onder water. Daarom liftte een duikteam van de Urk de mijn en versleepte deze eerst naar een veilige locatie. Wanneer onderzeese leidingen of kabels beschadigd raken, kan dat grote gevolgen hebben voor infrastructuur zoals internet en brandstofvoorziening.

Ruim 1.100 explosieven
De mijnenjager Zr. Ms. Urk is afgelopen weken ingezet voor operatie Beneficial Cooperation. Binnen dit samenwerkingsverband willen de Belgische en Nederlandse marine de Noordzee vrij maken van explosieven. Sinds de start van deze operatie in 2005 ruimden de Nederlandse en Belgische marine al meer dan 1.100 explosieven op zee.
Bron : Defensie

Marine onderzoekt gevaar granaten kust Walcheren

14-04-2014

ZOUTELANDE - De zeebodem voor de Walcherse stranden ligt bezaaid met explosieven, die een gevaarlijke aantrekkingskracht uitoefenen op avonturiers.

Bij de verkenning door een duikploeg van de marine van gezonken Engelse landingsvaartuigen voor de kust bij Zoutelande, zijn meerdere granaten aangetroffen. De explosieven liggen op acht tot twaalf meter diepte aan de rand van de vaargeul. Het gaat vermoedelijk om munitie voor de artillerie bij de geallieerde landing op Walcheren in de Tweede Wereldoorlog.

Volgens een woordvoerder Saskia Tromp van de gemeente Vlissingen bestaat er geen direct gevaar voor de omgeving. De verkenning werd afgelopen najaar uitgevoerd. De marine heeft wat van de munitie meegenomen voor nader onderzoek. De exacte aangetroffen situatie op de zeebodem wordt nu eerst uitgebreid in kaart gebracht en vervolgens van een advies voorzien aan het gemeentebestuur. Binnen twee maanden moet duidelijk zijn welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn, aldus Tromp.

Wrakduikers demonteren de granaten onder water in hun jacht naar souvenirs of om de koperen hulzen te verkopen.
Bron : PZC

Boskalis gaat wrak Baltic Ace bergen

27-03-2014

Een combinatie van de bergingsbedrijven Boskalis en Mammoet Salvage heeft van Rijkswaterstaat opdracht gekregen om het wrak van de gezonken autocarrier Baltic Ace te bergen. Dat maakte Rijkswaterstaat maandag bekend zonder financiële details over de opdracht te vermelden.

De Baltic Ace ligt op een diepte van 35 meter op ongeveer 65 kilometer van Goeree-Overflakkee en midden in één van de drukstbevaren scheepsroutes ter wereld. Dit jaar wordt gestart met het verwijderen van de stookolie aan boord van het 148 meter lange wrak en volgend jaar zal het in delen worden gezaagd en worden geborgen. Uiterlijk eind 2015 moet het wrak volledig van de Noordzeebodem zijn verwijderd.

De Baltic Ace was een achtdeks 'roll-on-roll-offschip' dat maximaal 2132 voertuigen kon vervoeren. Het schip kwam op 5 december 2012 op weg van Zeebrugge naar het Finse Kotka in aanvaring met een containerschip dat op weg was naar Antwerpen. De Baltic Ace, beladen met ruim 1400 gloednieuwe Mitsubishi's, zonk binnen 15 minuten. Van de 24 bemanningsleden overleefden 13 de ramp.

De ruim 1400 auto's en de 540.000 liter stookolie aan boord van de Baltic Ace vormen een bedreiging voor het milieu, waardoor het wrak volledig moet worden geborgen. Door de ligging van het wrak wordt een veilige en snelle doorvaart van het scheepvaartverkeer richting de haven van Rotterdam gehinderd. Jaarlijks passeren circa 16.000 schepen die route.
Bron : Telegraaf

Locatie bommenwerper blijft geheim

23-03-2014

De gemeente Dronten heeft besloten om de locatie van een in 1943 neergestorte Britse bommenwerper geheim te houden, ze vrezen dat mensen naar het wrak in het Ketelmeer gaan duiken.

Delen van het vliegtuigwrak werden in 2011 bij baggerwerkzaamheden ontdekt. Na deze ontdekking is onderzoek gedaan in archieven over de Tweede Wereldoorlog. Hieruit blijkt dat van er van de vermoedelijk vijf bemanningsleden nog vier worden vermist. Het is daarom goed mogelijk dat zich in het wrak nog de stoffelijke resten van de bemanning bevinden. Omdat het toestel op de heenweg naar het doel is neergestort, is daarnaast mogelijk ook nog een deel van de bommenlading aan boord. 'We willen niet dat er ongelukken gebeuren', aldus een woordvoerster van de gemeente Dronten.
Berging door de Koninklijke Luchtmacht

De gemeenteraad van Dronten heeft besloten om ruim 130.000 euro vrij te maken voor het bergen van het vliegtuigwrak in het Ketelmeer. De berging zal worden uitgevoerd door de bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht. Die zal resten van de tweemotorige Vickers Wellington bommenwerper waarschijnlijk in mei gaan bergen. Volgens majoor Arend Kappert, die projectleider is van de bergingsdienst is vaak niet bekend welk toestel waar is neergestort. Om die reden moet heel zorgvuldig worden omgegaan met de berging. Hierbij zullen eventuele stoffelijke resten die worden gevonden heel zorgvuldig worden geborgen en onderzocht. Wij willen de in dit geval Britse nabestaanden na al die jaren graag nog duidelijkheid kunnen geven. Tijdens de berging wordt een ponton in het water geplaatst met een kraan en een zeefinstallatie om munitie en menselijke resten op te vangen en te scheiden.

Het gebeurt wel vaker dat een vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog uit het water wordt geborgen. In 2012 haalde de bergingsdienst een Duitse Messerschmidt uit het IJsselmeer.
Bron : Duikeninbeeld

Kamervragen over de Nederlandse onderzeeër O16

10-01-2014

Oorlogsgraven op zee zijn moeilijk te beschermen. Oorlogsgraven die liggen in wateren ver buiten Nederland zijn nog moeilijker te beschermen. Ten noorden van het eiland Tioman in Maleisië ligt het wrak van de Nederlandse onderzeeër O16. De O16 liep op 16 december 1941 op een Japanse mijn. Van de 42 bemanningsleden kon slechts een man gered worden. Commandant Bussemaker en de rest van zijn bemanning liggen nog altijd in de O16 begraven.

In oktober 2013 is op de locatie van de O16 een kraanvaartuig waargenomen en gefotografeerd met op het dek een berg roestig metaal. Het heeft er alle schijn van dat illegale bergers in het gebied bezig zijn om scheepswrakken te plunderen. Naast de O16 is ook het wrak van de Australische kruiser HMAS Perth (353 oorlogsslachtoffers) systematisch gestripped van haar metalen huid.

Naar aanleiding van berichten in de media (telegraaf van 16 december 2013) dat het oorlogsgraf de O16 (deels) is geplunderd zijn er gisteren (8 januari) kamervragen gesteld aan de ministers van defensie en buitenlandse zaken.
Foto - De Hai wei gong 889 'bergingsvaartuig' vastgelegd (still van Australian Network news) op de locatie van de O16
Bron : RCE

Laatste onderdeel Duitse mijnenlegger omhoog

25-12-2013

Het laatste onderdeel van een Duitse mijnenlegger is uit het Veerse Meer gehaald en getransporteerd naar een museum. Hiermee is de berging, die is uitgevoerd door een duikteam van de landmacht (105 Geniecompagnie Waterbouw) en collega’s van de Defensie Duikgroep, afgesloten. De berging is verricht op verzoek van Rijkswaterstaat.
Bron : Defensie

Storm legt Duitse U-boot vrij

25-12-2013

De storm van de afgelopen dagen heeft het wrak van een Duitse U-boot uit de Eerste Wereldoorlog blootgelegd.

Het wrak ligt op een zandbank voor de Engelse kust bij de rivier Medway die stroomt van het graafschap West Sussex, door Tonbridge, Maidstone, Aylesforden Rochester in het graafschap Kent naar de Theems. De U-boot ligt daar sinds 1921 en was een van de 100 U-boten die de Engelsen in beslag hadden genomen na het einde van de Eerste Wereldoorlog. Oorspronkelijk zou de U-boot naar Harwich versleept worden om daar gesloopt te worden.

Recent werden meer dan 40 U-boten ontdekt in Britse wateren, dit is de enige U-boot die te zien is zonder te hoeven duiken. Na bijna 100 jaar is vast komen te staan dat het om de UB-122 gaat. Deze behoort tot de U-Boot-Klasse-III. tussen 1916 en 1918 werden hiervan 95 stuks gebouwd. Er waren er 200 gepland. De SM UB-122 werd op 4 maart 1918 te water gelaten en later in het jaar in gebruik genomen. Aanboord waren 31 bemanningsleden en 3 officieren. SM betekent Seiner Majestät.

De U-boot had een dekkanon 8.8 cm (hetzelfde type als op de mijnenlegger MFP 920 DM welke recent uit het Veerse Meer is geborgen) en kon 10 torpedo's meenemen.

Bij inspectie van het wrak stuite de onderzoekers nog op een raadsel. De romp is nog geheel intact, maar binnenin is het wrak leeg. Wat is met de wapens en techniek gebeurd? Sommige bronnen vermoeden dat de diesel motoren gebruikt zijn in een cement fabriek. Er zijn geen plannen om het wrak te bergen. Wel gaat onderwaterarcheoloog Mark Dunkley het wrak verder onderzoeken. Onder meer om te achterhalen hoe de U-boot op deze locatie terecht is gekomen.

Meer lezen: Onderzeeboten graf gevonden voor de kust van Engeland

Expeditie Bismarck door James Cameron

15-12-2013

De Bismarck was een Duits slagschip dat in 1939 te water werd gelaten en in de Tweede Wereldoorlog werd ingezet. Samen met zijn zusterschip de Tirpitz maakte het slagschip deel uit van admiraal Erich Raeders Z-Plan, de blauwdruk voor de herbouw van de Duitse Kriegsmarine. Het derde zusterschip, de Hindenburg, werd nooit voltooid. De Bismarck was vernoemd naar de vroegere kanselier Otto von Bismarck.

Ontdekking van het wrak
Het wrak van de Bismarck werd op 8 juni 1989 gevonden door de Amerikaanse diepzeeonderzoeker dr. Robert Ballard. Deze had in 1985 ook al de Titanic gevonden. De Bismarck ligt op een diepte van ongeveer 4700 meter, zo'n 650 kilometer ten westen van Brest op de rand van een onderzeese vulkaan.

Uit onderzoek blijkt dat de romp, het dek en de bovenbouw op veel plekken waren beschadigd door een groot aantal granaat- en torpedo-inslagen. In de scheepshuid zaten enorme gaten die alleen door torpedo-inslagen veroorzaakt kunnen zijn. De brug en de hoofdbewapening in de grote geschuttorens waren verdwenen. Het hoofdpantserdek had echter relatief weinig averij opgelopen. De bovenbouw en zware geschuttorens zijn tijdens het kapseizen van de romp losgeraakt en naar de oceaanbodem gezonken. Ze werden niet ver van de romp in de zandbedding aangetroffen.

Toen de Bismarck op de zeebodem belandde is hij van de oude vulkaanhelling afgegleden en heeft daarbij een diepe geul van een kilometer lengte in de bodem achtergelaten. Het schip ligt rechtstandig half in de bodem begraven.

James Cameron heeft tijdens een expeditie voor National Geographic Channel, voor de eerste keer met op afstand bestuurde mini-onderzeeboten het schip van binnen bestudeerd. Zijn conclusie was dat Ballard gelijk had. De torpedo's hadden het schip wel geraakt maar ze hadden de bepantsering niet doorboord en nauwelijks lekkages veroorzaakt. "Het pantser heeft geholpen" aldus Cameron. Het schip had volgens Cameron nog enkele dagen kunnen blijven drijven.
Bron : Wikipedia

Wrak Nederlandse onderzeeboot O16 mogelijk gesloop

14-12-2013

De Nederlandse onderzeeboot Hr. Ms. O 16, die tijdens de Tweede Wereldoorlog op 15 december 1941 zonk in de Golf van Siam lijkt door bergers aangetast. De O 16 liep op een zeemijn en is de laatste rustplaats van tientallen opvarenden. Op de locatie van het wrak is een bergingsvaartuig gezien. Aan het dek lag een grote hoeveelheid oud ijzer.

Desgevraagd zegt het ministerie van Defensie dat het op dit moment niet kan bevestigen of er inderdaad daadwerkelijk delen van de O16 geborgen zijn. De zegspersoon sprak van 'verontrustende informatie voor nabestaanden'. Het ministerie bevestigt wel dat de positie van de Nederlandse onderzeeër overeenkomt met de plek waar het mogelijke kraanvaartuig is gezien. Het ministerie is daarover getipt door derden.

O 16 tijdens de Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 bevond de O 16 zich in Tandjong Priok, Nederlands-Indië. In september 1940 voerde de O 16 een konvooidienst uit naar Mozambique, omdat er berichten waren dat er een Duitse jager actief was in dat gebied. Eind 1941 werd O16 samen met de K XVII en K XVIII ingedeeld bij de eerste divisie van het onderzeebootflottielje. De O 16 stond vanaf dat moment onder commando van Luitenant ter zee I A.J. Bussemaker, die tevens flottieljecommandant was.

Eind van november 1941 werd de O 16 overgeplaatst naar Sambas in het Noordwesten van Borneo. Op 1 december werd besloten de 1e divisie van het onderzeebootflottielje, waar de O 16 deel van uitmaakte, onder Brits commando te plaatsen. Als gevolg van dit besluit werd de O 16 samen met de K XVII overgeplaatst naar Singapore. Vanuit Singapore moesten de O 16 en K XVIII oorlogspatrouilles uitvoeren in de Zuid-Chinese Zee. Op 6 december vertrok de O 16 voor de eerste patrouille uit de haven van Singapore. Een dag later, op 7 december, verklaarde Nederland de oorlog aan Japan, en daardoor werd deze patrouille direct een oorlogspatrouille. Tijdens deze patrouille wist de O 16 de volgende Japanse troepentransportschepen te beschadigen of tot zinken te brengen:

Beschadigd:
Ayatosan Maru (9788 ton)
Sakura Maru (7170 ton)
Ayatosan Maru (9788 ton)

Gezonken:
Tosan Maru (8666 ton)[2]
Asosan Maru (8812 ton)[2]
Kinka Maru (9306 ton)[2]

Noodlottig
De terugtocht naar Singapore werd de O 16 noodlottig: het schip voer op 15 december 1941 rond 02:30 uur op een Japanse zeemijn, in de Golf van Siam. Door de ontploffing die deze zeemijn veroorzaakte zonk de onderzeeboot en kwamen 41 van de 42 bemanningsleden om het leven. Vijf zeelieden die zich bij de explosie aan dek bevonden probeerden zich gezamenlijk zwemmend in veiligheid te brengen. Alleen bootsman Cor de Wolf is dat uiteindelijk, na 38 uur in het water doorgebracht te hebben, gelukt. Tegenwoordig wordt het wrak van de O 16 als officieel oorlogsgraf beschouwd.

Het wrak van de O 16
Tijdens een expeditie van de Nederlandse marine in de Zuid Chinese Zee op 26 en 27 oktober 1995 werd het wrak van de O 16 geïdentificeerd. Het wrak ligt op een diepte van 53 meter op ongeveer 22 zeemijl ten noorden van het eiland Tioman.

Bekijk hier unieke beelden van de tewaterlating van Hr. Ms. O 16 in 1936

Onderzeeboten graf gevonden voor kust van Engeland

08-12-2013

Britse archeologen hebben voor de kust van Engeland meer dan 40 Duitse U-boten ontdekt uit de Eerste Wereldoorlog. Meer dan 100 jaar zijn deze duikboten vergeten, nu is het een race tegen de klok om de wrakken te onderzoeken en de geheimen boven water te halen voordat deze voor eeuwig verdwijnen.

De duikboten zijn ontdekt door onderwaterarcheoloog Mark Dunkley en 3 andere duikers langs de zuid- en oostkust van Engeland. Het is de grootste conglomeraat van gezonken duikboten ooit ontdekt, 41 Duitse U-boten en 3 Engelse onderzeeboten, allen uit de Eerste Wereldoorlog. De wrakken, de meeste tot vandaag als ' still on patrol' te boek, liggen vlak voor de kust op een diepte van 15 meter, meest met de bemanning nog aanboord. De duikboten, waaronder de UB 17 (onder commando van Lieutenant Albert Branscheid) en UC21 (onder commando van Lieutenant Werner von Zerboni di Sposetti) zijn aangemerkt als zeemansgraven. Op een aantal locaties zijn 2 of 3 U-boten dicht bij elkaar ontdekt, een bewijs van de Duitse aanvals tactiek. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog beschikte de Duitse Keizerlijke vloot van opperbevelhebber Kaiser Wilhelm II over 28 U-boten. Bij het einde van de oorlog hadden de Duitsers 380 duikboten gebouwd waavan de helft verloren is gegaan.

Uit de Duitse media: Der Spiegel reports:
The British could see it as a peculiar irony of history that these measures are now benefiting the heritage of their former enemy. Since the Germans attacked civilian targets in World War I, British propaganda derisively referred to the submarines as "baby killers."

"Many have forgotten how successful the German U-boat fleet was for a time," says Dunkley — an assessment that is by no means intended to glorify the German attacks. In fact, one of the goals of the most recent English Heritage project is to remind people that, although they might be more familiar with submarine warfare from World War II, the ships also caused considerable devastation in the previous world war.

Indeed, it had practically vanished from popular memory that the Germans caused great losses to their main enemy, Great Britain, in World War I through targeted torpedo strikes against the royal merchant navy.

Dunkley, werkzaam voor de English Heritage, en zijn team gaan de komende maanden met ultrasound sonar de wrakken verkennen. Al het werk gebeurd strikt volgens de richtlijnen van UNESCO Convention on the Protection of the Underwater Cultural Heritage. Tijdens de Eerste Wereldoorlog noemde de Engelsen deze U-boten Baby killers omdat ze vanaf begin 1917 ook burger doelen aanvielen.
Bron : Duiken

Duikers vinden japanse onderzeeër uit WWII

04-12-2013

Wetenschappers hebben voor de kust van Hawaï een Japanse onderzeeër ontdekt uit de Tweede Wereldoorlog, een technologisch wonder dat in de voorbereidings fase was om het Panamakanaal aan te vallen voordat ze tot zinken gebracht werd door Amerikaanse troepen.

Het 122-meter Sen-Toku klasse schip - een van de grootste pre-nucleaire onderzeeërs ooit gebouwd - werd gevonden in augustus uit de zuidwest kust van Oahu en was vermist sinds 1946, wetenschappers van de Universiteit van Hawaï in Manoa: De I-400 en haar zusterschip, de I-401, die werd gevonden bij Oahu in 2005, waren in staat om 1½ keer rond de wereld te reizen zonder bij te tanken en konden maximaal drie bommenwerpers met opvouwbare vleugels herbergen die minuten na resurfacing konden worden gelanceerd, aldus de wetenschappers.

De toevallige ontdekking van de 1-400 mega sub, op de met rots en puin bezaaide oceaanbodem, ongeveer 700m meter onder de oppervlakte, heeft het mysterie opgelost rond een schip waarvan lang gedacht werd dat het verder weg zou zijn.

Het is als het kijken naar een haai in rust", zegt Jim Delgado, een onderzoeker aan boord van de Pisces V deep-diving submersible die naar het wrak is geweest. De Amerikaanse marine veroverde vijf Japanse subs, met inbegrip van de I-400, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog en bracht ze naar Pearl Harbor voor inspectie.

"Het werd getorpedeerd, klapte gedeeltelijk in en zonk in een steile hoek", zegt Delgado, een archeoloog van de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA), die hielpen om de duik te financieren.

Amerikaanse troepen zonken de onderzeeërs af en beweerden dat ze geen informatie over de precieze locatie hadden, in een schijnbare poging om te voorkomen dat hun technologie in handen zou vallen van de Sovjet-Unie, die had geëist de schepen terug naar Japan te sturen. Andere mega subs zijn gevonden in de wateren voor de kust van Oahu en in de Zee van Japan. Een uit de onderzeeër klasse blijft vermist. De ontdekking van de I-400 werd aangekondigd nadat NOAA haar bevindingen met het Amerikaanse State Department en Japanse overheidsfunctionarissen had beoordeeld, aldus de onderzoekers.
Bron : Stuff.co.nz

Eerste wrakdeel Duits landingsvaartuig omhoog

30-11-2013

Het eerste deel van een Duits landingsvaartuig uit de Tweede Wereldoorlog is vandaag naar de oppervlakte van het Veerse Meer gehesen en op een ponton geplaatst. Militairen van 105 Constructiecompagnie Waterbouw en de Defensie Duikgroep zijn al weken bezig met een grote operatie het wrak op 15 meter diepte te bergen.

Hijsbalken
Om het hijsblok niet te overbelasten en vervoer over de weg mogelijk te maken, splitsen militaire specialisten het wrak in 3 segmenten. Dat gebeurt met behulp van springstof en hydraulische gereedschappen. Het was noodzakelijk eerst een meter zand en klei te verwijderen uit het vaartuig dat destijds was ingericht voor het leggen van mijnen. Pas daarna konden de militaire waterbouwers het dek doormidden snijden en het eerste segment volledig losmaken. Hierin maakten zij vervolgens sneden om de hijsbalken te plaatsen, waarmee ze het wrakdeel naar boven haalden.
Bevrijdingsmuseum

Defensie werkt tijdens de 5 weken durende operatie samen met verschillende civiele partners. Rijkswaterstaat besloot het schip te bergen omdat de aanwezigheid van munitie gevaarlijk is voor sportduikers en scheepvaart. Het wrak is straks permanent te zien in het Bevrijdingsmuseum Zeeland.
Bron en Foto: Ministerie van Defensie

Wrakduikers actie: behoud Duits landingsvaartuig

27-11-2013

MIDDELBURG - Wrakduikers zijn teleurgesteld over het besluit van Rijkswaterstaat Zeeland om het wrak van het Duitse landingsvaartuig in het Veerse Meer te bergen.

Rijkswaterstaat maakte maandag bekend dat de MFP-920 eind volgend jaar wordt opgeruimd. Het wrak uit de Tweede Wereldoorlog ligt in de vaargeul. Duiken is daar verboden, maar het gebeurt toch. Om sportduikers tegemoet te komen, bestond aanvankelijk het plan het wrak te verslepen richting de Veerse Dam. Rijkswaterstaat ziet daar nu vanaf, omdat de MFP in te slechte conditie zou verkeren om zo'n operatie te overleven. Gevreesd wordt dat het wrak zou kunnen breken en scherpe stukken staal gevaar gaan opleveren. Ook staat nog niet met zekerheid vast dat er geen oude munitie meer in het landingsvaartuig is achtergebleven, toen het in mei 1944 zonk.

De bekendmaking heeft geleid tot een stroom aan verontwaardigde reacties van wrakduikers binnen en buiten Zeeland. Wrakduikstichting De Roompot (WDSR) is onder meer op facebook een actie begonnen, in een poging 'het tij nog te keren'. "Er dreigt een historisch belangrijk wrak te verdwijnen op deze manier. Van dit type wrakken/vaartuigen zijn er maar enkele bewaard gebleven wereldwijd. Het lijkt mij niet dat wij zo moeten omgaan met ons cultureel erfgoed onderwater", aldus secretaris Fred Groen.

Hij roept medestanders op een mail te sturen aan Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voor behoud van de MFP. "Op andere locaties geeft men bakken en bakken geld uit voor een wrak, wat dan vervolgens in de diepte belandt en slechts (althans wat ik lees op de diverse forums) enkele dagen per jaar met goed zicht is te beduiken en dan nog voor de happy few. Dit wrak is uniek in haar soort en heeft een monumentale status, ligt niet in de weg voor de scheepvaart. Rijkswaterstaat hoeft enkel de boei te verleggen zodat het niet langer in de vaargeul ligt."

Rijkswaterstaat wil het wrak eind volgend jaar door de genie naar boven laten halen. De wrakdelen, inclusief het anker en geschut, worden geschonken aan museum Het Polderhuis in Westkapelle.
Bron : PZC

Berging Duits vergt vijf weken

11-11-2013

VROUWENPOLDER -

Defensie begint maandag met voorbereidingen voor berging van een Duits oorlogswrak in het Veerse Meer.

De operatie neemt naar verwachting vijf weken in beslag, aldus projectcoördinator Gerius van Woudenberg van Rijkswaterstaat.Bij de Veerse Gatdam worden vijf pontons aan elkaar gehaakt en opgebouwd tot een klein werkeiland. Het platform wordt dinsdag naar de plek voor Vrouwenpolder gebracht, waar het tot mijnenlegger omgebouwde landingsvaartuig MFP-920DM vijftien meter diep op z'n kop op de bodem ligt.

Duikers van de Geniecompagnie Waterbouw snijden het wrak in stukken. De bedoeling is dat de MFP in vier delen naar boven wordt gehaald. Die gaan dan op transport naar het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp. Het wrak gaat daar deel uit maken van een nieuw in te richten bevrijdingspark.

Volgend jaar maart wordt een begin gemaakt met het grondwerk voor het bevrijdingspark.
Bron : PZC

Gevonden wrak geen onderzeeër WOI

30-09-2013

Het schip dat onlangs werd gevonden op de zeebodem bij het eilandje Razende Bol bij Texel, blijkt geen onderzeeër uit de Eerste Wereldoorlog, maar een koopvaardijschip.

Dat stelt een zegsman van de Northseadivers, aangesloten bij Stichting Maritiem Onderzoek Nederland (Stimon). Hoe oud het schip is, is niet bekend.

De duikers onderzochten het wrak de afgelopen dagen, dat mogelijk een Britse onderzeeër van het type E36 zou zijn. Ook zouden er torpedo’s aan boord zijn. Klopt niet, zo zeggen de duikers. ''De sonarbeelden die eerder werden gemaakt op basis waarvan werd gedacht dat het de E36 zou zijn, zijn niets anders dan de schroefastunnel van een oud koopvaardijschip.’’

De duikers vonden een stalen reserveschroef, houten blokken en wandtuigage.
Bron : NU

Onderzoek wrakken bij Texel.

25-09-2013

Onderzoekers van het Maritiem Programma van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hebben van 10 tot 28 juni in het kader van twee projecten veldwerk uitgevoerd in de Waddenzee. Hierbij zijn twee wrakken gemonitord en fysiek beschermd: de Burgzand Noord 3 en 10. Beide wrakken liggen slechts enkele kilometers van elkaar, op de locatie Burgzand. Op deze plek, door natuurlijke erosie bedreigd, gingen 300 jaar lang (tussen 1500-1800) schepen voor anker om geladen en gelost te worden voor de haven van Amsterdam. Ondanks de beschutting die het eiland bood tegen de noordwestenwind, zijn er door de eeuwen heen vele schepen vergaan. Dit is dan ook een plek van groot archeologisch belang, waar al tientallen wrakken zijn ontdekt. Recent verschenen publicaties van de Rijksdienst over de Rede van Texel onderschrijven het onderzoekspotentieel van dit gebied en laten tegelijkertijd zien hoe ernstig het bedreigd wordt. Lees verder bij RCE
Bron : RCE

Duikboot WO I gevonden bij Texel

16-09-2013

Aan de westkant van de Razende Bol bij Texel is vermoedelijk een Britse onderzeeboot gevonden. Maritiem onderzoeker Hans Eelman zegt dat hij het wrak op sonarbeelden heeft ontdekt.

Eelman vermoedt dat het schip dateert uit de Eerste Wereldoorlog. De onderzoeker denkt dat het om een Britse onderzeeër gaat die in 1917 na een aanvaring met een andere Britse onderzeeboot is gezonken.

Torpedo's
Het wrak ligt op acht meter diepte en is ongeveer vijftig meter lang. Volgens Eelman is niet uitgesloten dat er nog onontplofte torpedo's in het wrak liggen. Hij gaat ervan uit dat eventuele torpedo's onschadelijk worden gemaakt. ''Na verloop van tijd worden torpedo's instabiel en kunnen ze spontaan exploderen.''

Eelman heeft zijn vondst, die hij ruim een week geleden deed, gemeld bij de politie. Volgens de onderzoeker wordt momenteel toezicht gehouden op de locatie. ''Er wordt daar door de week intensief op garnalen gevist. Het is behoorlijk gevaarlijk als je zo'n torpedo in je netten krijgt'', zegt Eelman.

Defensie gaat de vondst onderzoeken zodra het weer dat toelaat. Volgens een woordvoerder van de marine is het te vroeg om te concluderen dat het om de vermiste onderzeeër uit 1917 gaat.
Bron : NOS

Het wrak is ons verleden


Tot voor kort stelde de Nederlandse maritieme archeologie weinig voor. Gekeigenlijk, in een land waar de zeevaart zo onlosmakelijk met het land is verbonden.
Maar ineens bruist het weer van de ideeën en de initiatieven.

Door THEO TOEBOSCH
Voor de kust van Hastings ligt al 263 jaar Hollands glorie. In 1749 zeilde hetVOC-schip de Amsterdam in een vliegende storm. Nadat het roer was weggeslagen, zette kapitein Klump het schip op het Zuid-Engelse strand. Het raakte onder het zand, waar het in 1969 bij graafwerk-zaamheden werd ontdekt. Twee keer per jaar, bij extreem laag tij, kunje er zo naartoe lopen. De Britten hebben het wrak keurig wettelijk beschermd,maar er echt naar omkijken doen ze niet. En Nederland ook niet. Vreemd, gezien Nederlands rijke maritieme geschiedenis. Zeker als je bedenkt dat de Amsterdam een icoon kan worden, net als de Wasa in Stockholm, die in 1628 bij zijn eerste tocht in de haven zonk. Of de Mary Rose, het zestiende-eeuwse oorlogsschip van Hendrik VIII, dat nu in Portsmouth ligt. En in één moeite door zou berging van de Amsterdam de zieltogende Nederlandse maritieme archeologie een nieuwe impuls kunnen geven. Onderwaterarcheoloog Jerzy Gawronski ziet het al voor zich. Hij is een van de organisatoren van het '13th International Symposium on Boat and Ship Archaeology', dat deze week wordt gehouden in het Amsterdamse Maritiem Museum. Een Nederlands bergingsbedrijf als Mammoet zou het wrak kunnen lichten in een brok zand. Daarna zou het naar Nederland kunnen, waar het op een goede plek in een aquarium door archeologen langzaam wordt blootgelegd en onderzocht. Dat kost veel geld, dat weet hij ook wel.

"Maar op den duur ben je zo goedkoper uit dan met onderzoek ter plekke. Want je kunt entreegeld heffen, net als nu gebeurt bij de Wasa en de Mary Rose." In het ruim van de Amsterdam, onder een dikke
laag zand, ligt nog de complete lading. Flessen wijn, goud, bestek, tuigage, sieraden, kanonskogels , schrijfgerei, porselein. Het geeft een compleet tijdsbeeld weer, maakt levensgewoonten en handelsstromen zichtbaar. Het schip laat zien dat het bij maritieme archeologie om meer gaat dan alleen scheepswrakken, zegt Gawronksi. "Het gaat om het internationale verkeer van die dag en. Tegenwoordig gebeurt het meeste digitaal, vroeger ging het per schip." In de jaren negentig heeft Gawronski ter plekkeonderzoek gedaan, door naar het wrak van de Amsterdam te duiken. Die opgraving onder water was tegelijk bedoeld om studenten en andere liefhebbers op te leiden in de maritieme archeologie. Dat ging een paar jaar goed. Toen gaf het toenmalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) geen geld mëer". Gawronski is de laatste jaren vooral actief als stads-archeoloog van Amsterdam. "Ik doe in het buitenland nog wel mee aan scheepsopgravingen onder water, maar zelf een project leiden en er over publiceren is er allang met meer bij." De afgelopen twintig jaar is het in de hele Nederlandse maritieme archeologie steeds slechte gegaan. Het duikteam van de rijksdienst is opgeheven, onderwater opgraven is er niet meer bij. Ook het archeologisch onderzoek op het droge, vooral in de Flevopolder, met 450 wrakken het grootste scheepskerkhof van Europa, kwam stil te liggen. Er verschenen nauwelijks wetenschappelijke publicaties, een onderzoeksagenda kwam niet van de grond en zes jaar geleden liet D66-staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan weten dat onderzoek en opleiding net zo goed in het buitenland konden plaatsvinden. Studenten archeologie die wilden leren duiken en onderwater opgraven verdwenen de afgelopen jaren naar het buitenland, naar (dure) universitaire instituten in Engeland, Denemarken, de Verenigde Staten en Australië. Een enkeling deed intussen zijn best om de maritieme archeologie in Nederland voor teloorgang te behoeden.André van Holk, sinds 2007 hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, begeleidt promovendi die onderzoek doen naar de turfvaart in de Gouden Eeuw en scheepsbouwtradities, hij onderwijst een handvol masterstudenten en verzorgt sinds vijf jaar een internationale veldonderzoekschool in de Flevopolder. "Studenten leren daar een wrak op het droge op te graven. De afgelopen twee jaar hebben we dat gedaan met een schip uit de Tachtigjarige Oorlog."
Van Holk heeft een aanstelling voor anderhalve dag per week en dus geen tijd om onderzoek te bundelen en in geschrifte nieuwe wetenschappelijke verzichten te openen. Praat met hem en je ziet Nederland met andere ogen: als een land dat zeker tot aan de Industriële Revolutie zo sterk op het water was gericht dat het met zijn schepen, kanalen, rivieren,havens,scheepswerven en bruggen als één maritiem landschap was te beschouwen. Tegelijk vraagje je af waarom het onderzoek naar het zeevaartverleden in Nederland zo in het slop is geraakt. Maar er is weer hoop. Staatssecretaris Zijlstra van OCW heeft begin dit jaar de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) opdracht gegeven.

"e En zie, het borrelt ineens weer van de plannen en initiatieven. Van Holk en Gawronski hebben met Martijn Manders van de Universiteit Leiden de krachten gebundeld en een gezamenlijkbachelorprogramma ontwikkeld, voor een steviger basis voor de maritieme archeologie in Nederland. Meer dan zestig belangstellenden hebben zich gemeld. Manders is deze zomer met een veldschool voor onderwaterarcheologie begonnen. "Bij de haven van Stavoren heb ik met een groepje studenten naar een vroeg zestiende-eeuws schip gedoken: Mogelijk een overnaads gebouwde hulk, een type dat alleen bekend is uit de literatuur
en nog nooit is opgegraven."Als hoofd Maritiem Programma van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed probeert Manders er ook voor te zorgen dat het erfgoed van de VOC en de WIC in vreemde wateren
behouden blijft en wetenschappelijk onderzocht wordt. Zo zijn er plannen om samen met Cuba onderzoek te doen in de Baai van Matanzas, waar Piet Hein zich in 1628 meester maakte van de Spaanse
Zilvervloot. Verder is hij bezig om onderzoek van de grond te krijgen naar het admiraliteitsschip de Utrecht, dat in 1648 voor de kust van Brazilië is vergaan. "Dat wrak is vooral interessant voor de geschiedenis van de scheepsbouw: waarschijnlijk had de Utrecht een driedubbele huid."En dan zijn er ook nog plannen om van de maritieme rijkscollectie in Lelystad, de Bataviawerf en het Nieuw Land Erfgoedcentrum een maritiem erfgoedpark,Batavialand, te maken, waar ook plaats is voor onderzoek. Dat onderzoek heeft een publiekstrekker en icoon als de Amsterdam nodig, zegt Benno van Tilburg, een van de betrokkenen. "Maar je kunt ook denken aan een ander icoon, of twee. Het Ghost Ship, een vrijwel intact fluitschip dat in 2003 in de Oostzee is ontdekt en in de zeventien de eeuw via de handel op de Baltische staten mede voor de rijkdom van de Gouden Eeuw zorgde, heeft door zijn staat en ver-dienste ook een groot onderzoekspotentieel."Aan goede bedoelingen en plannen dus geen gebrek. Maar gaat het ook allemaal lukken? "In 2013 hebben we een onderzoeksagenda en in 2015 ligt er een goed fundament voor de toekomst",zegt Manders. Van Holk houdt een slag om de arm. “Tot nu toe is het beleid grillig en inconsistent geweest. Nu is er een Maritiem Programma. Maar wat gebeurt er daarna?" en extra stimulans te geven aan onderzoek, beheer en het uitdragen van kennis over het maritieme erfgoed".
Artikel uit NRC 2012

Handboek maritieme archeologische vondsten

31-8-2013

Waterbodems liggen bezaaid met onder meer stenen, stukken hout en resten van planten en dieren. Deskundigen zien snel genoeg of een object archeologische waarde heeft, maar dat geldt natuurlijk niet voor leken of buitenstaanders. Wie werkzaam is op zee of op de binnenwateren, kan zomaar iets boven water halen waarvan het hart van een archeoloog sneller zou gaan kloppen. En dat vervolgens door gebrek aan kennis achteloos weer over boord gooien.<br>Archeologische vondsten herkennen Om mensen die werkzaam zijn op zee of op binnenwateren beter te informeren over het herkennen van archeologische vondsten, heeft de Rijksdienst in samenwerking met Rijkswaterstaat een handboek opgesteld: Herkennen van archeologische vondsten uit waterbodems (pdf, 2,87 MB). Wettelijke meldingsplicht Het handboek laat zien hoe om te gaan met een (mogelijk) archeologisch object en welke wettelijke meldingsplicht hierbij geldt. Om lezers een beeld te geven van de objecten die ze zouden kunnen tegenkomen, worden er ook enkele voorbeelden gegeven.

TV-aandacht: Een Vandaag
Onlangs is aan dit onderwerp aandacht besteed in het actualiteitenprogramma Een Vandaag. U kunt deze uitzending terugkijken: Archeologievondsten: vaak niet herkend en weggegooid
uitzending Een Vandaag
Bron : RCE